Leerkracht Dominique Schleifenbaum

Ik werd door Shannon (de huisfotografe van EduEnVogue) getipt dat er op de Prinses Margrietschool in Rotterdam, een ambitieuze en stijlvolle leerkracht werkte in groep nul. Die wilde ik natuurlijk graag ontmoeten! Donderdag 29 oktober gingen we bij haar op bezoek.

_MG_8144

Ambitie

Je werkt op de Prinses Margrietschool in Rotterdam. Op deze school zijn ze vorig schooljaar gestart met een groep nul en jouw is gevraagd om deze te draaien. Waarom een groep nul?

Dominique: “Groep nul is een beetje in de achterstandswijken ontstaan. In eerste instantie waren de groepen nul voor kinderen met een taalachterstand, met als doel deze achterstand te verkleinen. Onze school staat in IJsselmonde. Wij hebben best wat leerlingen met een taalachterstand, dus vandaar dat wij een groep nul hebben. In plaats van een peuterspeelzaal, hebben we nu een groep nul op school. Het grote verschil is dat de kinderen in plaats van twee dagdelen, vijf dagdelen naar de groep komen. In groep nul gaan we heel gericht aan de slag met de kinderen. We werken aan leerdoelen. We houden het simpel, maar ze moeten toch wel echt wat leren. De kinderen in groep nul zijn in de leeftijd van twee tot vier jaar. We zijn erover aan het denken om pas te gaan starten met kinderen in groep nul, wanneer ze twee en een half jaar zijn. We merken namelijk dat de kinderen van net twee jaar, erg moe zijn aan het eind van de dag en vaak nog een middagdutje missen.”

 

Hoe komen de kinderen in groep nul terecht?

Dominique: “De kinderen worden op verschillende manieren aangemeld. Het kan via het consultatiebureau. Ouders krijgen soms een doorverwijzing op taalachterstand, als bijvoorbeeld gesignaleerd wordt dat er thuis geen Nederlands wordt gesproken. Maar het kan ook zijn, dat er een achterstand wordt gesignaleerd op sociaal-emotioneel gebied, of dat er wordt gezien dat een kind zich thuis heel erg verveeld. Ook dat soort dingen kun je aangeven op het consultatiebureau en dan kun je ook doorverwezen worden naar groep nul. Maar het verkleinen van een taalachterstand is wel echt het belangrijkste doel van de groep nul. Er zitten niet alleen allochtone kinderen in de groep. We hebben ook autochtone kinderen die een taalachterstand hebben of beter gezegd, die niet goed kunnen praten, want zo kun je het ook zien. Die gaan bijvoorbeeld naar logopedie. Ze hebben Nederlandse ouders en er wordt thuis ook Nederlands gesproken, maar ze hebben moeite met de uitspraak of het formuleren van de zinnen. Maar het overgrote deel van de kinderen heeft allochtone ouders die de Nederlandse taal niet goed beheersen. Het is nu ook nog mogelijk dat kinderen die nergens een achterstand op hebben naar groep nul gaan, maar dat mag binnenkort niet meer omdat we merken dat heel veel ouders deze groep meer zien als een kinderdagverblijf, waardoor de kinderdagverblijven een hele grote terugloop hebben. Er is nu vanuit de overheid besloten dat er alleen nog maar doelgroepkinderen worden aangenomen.”

 

_MG_8260

 

Hoe is het voor jou om te werken in een groep nul?

Dominique: “Ik stond hiervoor in een kleutergroep en dan zou je denken dat kleuters ook klein zijn en dat het verschil met peuters niet groot is, maar het is echt een hele omschakeling. Ze zijn veel kleiner en nog niet zindelijk. Je moet ze nog verschonen en sommige kunnen helemaal niet praten. Dat is soms heel lastig. Kinderen die helemaal niet praten, mogen bijvoorbeeld dingen aanwijzen. We zijn ook veel bezig met de zintuigen. Voor mij was het echt een groot verschil met de kleuters. Kleuters kunnen netjes op hun stoel zitten en een paar minuutjes zelfstandig werken en dat is bij de peuters gewoon nog niet zo. Ze komen echt blanco binnen. Dus het was voor mij erg wennen en heel erg uitdagend en spannend. Dan is er nog een verschil met de kleutergroep en dat is dat je werkt met een duo-collega die niet in dienst is van de school. Ik werk vanuit de school en ben zeg maar de HBO’ er op de groep en mijn duo-collega die werkt vanuit de Stichting Peuteropvang IJsselmonde. Zij werkt dus voor een andere instantie dan ik. Dit is soms lastig, want zij heeft bijvoorbeeld vergaderingen waar ik bij moet zijn en omgekeerd. Hierdoor kom je wel eens in de knoop met tijd. Ook heeft zij vrije dagen vanuit de stichting die ik niet heb en andersom. In de schoolvakanties is ze wel vrij. Dat loopt gelukkig gelijk. Op zich is het organisatorisch wel te doen, maar je moet goed je uren in de gaten houden, zodat je niet ineens veel te veel doet. Want overleggen zijn bijvoorbeeld vaak dubbel zo veel. Vorig jaar was natuurlijk het eerste jaar dat we een groep nul hadden op school en toen hebben we heel enthousiast al die overleggen gedaan over en weer. Maar op een gegeven moment ga je merken dat het wat te veel wordt.”

 

_MG_8235

 

Hoe zorg je ervoor dat zulke jonge kinderen aan het leren zijn, zonder dat ze weerstand krijgen tegen leren?

Dominique: “Je zorgt in ieder geval voor een uitdagende en kleurrijke leeromgeving, met allemaal dingen op ooghoogte die de kinderen interessant vinden en zelf kunnen pakken. Je werkt aan de hand van thema’s die aansluiten bij hun belevingswereld. We hebben nu herfst, dus we hebben blaadjes, kastanjes en paddestoelen. We maken het op die manier gewoon superleuk! En we bieden alles spelenderwijs aan. We proberen heel erg de nieuwsgierigheid van het kind prikkelen op een speelse en natuurlijke manier. Zelf heb je de doelen waar je met de kinderen aan moet werken wel in je achterhoofd. De doelen kun je vergelijken met de leerlijnen die we hebben in het basisonderwijs, maar dan voor kinderen van nul tot vier jaar. We vullen drie keer per jaar KIJK! digitaal in en zo houden we de ontwikkeling bij van de kinderen. Zo kun je zien wat een kind nog moeilijk vindt en waar je nog extra aandacht aan moet besteden. We werken ook met een groepshandelingsplan en met individuele handelingsplannen wanneer nodig. De onderwijsinspectie komt ook bij ons kijken en wil zien wat onze resultaten zijn. Aan de hand daarvan wordt bekeken of er weer subsidie wordt verstrekt of niet. De inspectie kijkt naar de opbrengsten die in KIJK! staan. KIJK! komt overeen met de doelen die het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling (SLO) heeft geformuleerd. Je maakt onderscheid tussen jongste peuters en oudste peuters. Dat hebben we alleen niet geleerd op de Pabo. We hebben hiervoor een VVE-methode als handvat. Wij werken met de methode ‘Puk en Ko’. Die is wel wat verouderd. Ik merk dat de methode niet alle gebieden omvat die vanuit het SLO worden aangegeven met betrekking tot alle leerdoelen voor groep nul. Er wordt best veel van de kinderen verwacht. We hoeven nog net geen peutercitotoets te doen. Die is er wel. Maar ze moeten natuurijk wel klaargestoomd worden voor de kleutergroep. We proberen dus spelenderwijs de nieuwsgierigheid van de kinderen te prikkelen. Ik heb tot nu toe nog niet gemerkt dat een kind niet wilde leren.”

 

Zie je ook echt vooruitgang in de ontwikkeling op het gebied van taal?

Dominique: “Ja, ik zie vooruitgang. Dit vraag ik ook terug aan collega’s van de kleutergroepen. Zij zien echt verschil tussen de kleuters die wel of niet naar groep nul zijn geweest. De vooruitgang is ook afhankelijk van de betrokkenheid van ouders bij wat er gebeurt in de groep. Ouderbetrokkenheid is iets dat we erg belangrijk vinden. We stellen vooraf een officieel contract op met ouders, waarin staat dat wij verwachten dat ouders deelnemen aan de ouder en kind activiteiten en aan de informatieochtenden. Ook wordt verwacht dat er inzet en belangstelling wordt getoond door ouders. We moeten het samen doen. We gaan altijd op huisbezoek wanneer een kind net bij ons ingeschreven staat. Dan kijken we hoe het kind zich thuis gedraagt. We hebben ook wel eens gemerkt dat het helpt wanneer we op huisbezoek gaan bij een kind dat veel moeite heeft met wennen op de groep. Het wordt op de groep voor het kind wat vertrouwder omdat je bij hem of haar thuis bent geweest. Je merkt dat het werkt dat we verwachten dat ouders veel participeren. Je ziet echt meer vooruitgang bij de taalzwakke kinderen waarbij ouders thuis ook aandacht besteden aan de woorden die ze op de groep leren.”

 

_MG_8280

Stijl

Je werkt op een Christelijke school. Heeft de school speciale kledingvoorschriften voor teamleden en/of leerlingen?

Dominique: “Het is meer een ongeschreven regel dat je zorgt dat je niet al te sexy naar het werk komt. Geen korte rokjes, geen laag decolleté en ook geen heftige make-up. Want wat ik nu op heb, (ik zie echt niets) is echt al heel veel. Dat heb ik eigenlijk gedaan voor de foto’s van het interview nu. Normaal gesproken heb ik helemaal geen make-up op. Dat is niet opgelegd vanuit school, maar meer vanuit mezelf met de gedachte dat ik niet te opgemaakt wil zijn naar ouders en naar leerlingen toe. Ik wil ze niet het idee geven dat ik een modepop ben. Dat is puur vanuit mezelf. Er wordt niets van gezegd, maar het is een Christelijke school en ik voel me niet prettig in een sexy strak jurkje of iets wat laag uitgesneden is. Vroeger had je veel van die heupbroeken. Wanneer je dan bukte zag je zo iemand zijn string. Dat kan echt niet. Daar let ik wel op. Er staat wel in het beleid van de school dat je fatsoenlijk gekleed moet gaan, maar “fatsoenlijk” is dan niet gedefinieerd. Dat mag je voor jezelf invullen, maar ik denk dat de directie het wel zal aangeven als ze vinden dat je een te kort rokje aan hebt of zoiets. Het is dus niet zo dat erop gehamerd wordt dat je iets wel of niet aan moet.”

 

Wat trek jij aan op een gemiddelde werkdag?

Dominique: “ Meestal een skinny jeans en een lang shirt of tuniek. Lekker comfortabel. Je bent ook de hele dag aan het bukken en tillen, of er gaat een kind huilen en dan komt er allemaal snot op je, dus je wilt ook niet je mooiste kleding aan. Verder draag ik schoenen die tegen een stootje kunnen. Ik loop vaak in deze lekkere booties (wijzend op haar schoenen) of sneakers. Ik let er vooral op dat wat ik draag, comfortabel is en toch ook hip.”

 

_MG_8317

 

Kleed je jezelf anders op ouderavonden?

Dominique: “Ja, dan kleed ik me iets netter. Dus dan wordt er bijvoorbeeld nog wel eens een colbertje uit de kast getrokken. Ook met de kerstviering kleed ik me netter. Dat is best wel gek want dan wordt je opeens heel formeel met ouders, zo van; jasje aan, handjes schudden. Dat is toch wel raar, maar dat doen we allemaal wel op de ouderavonden. Dat is eigenlijk ook weer zo’n ongeschreven regel. Er staat nergens dat je op ouderavonden een colbertje of een mantelpakje moet dragen, maar dat doen we gewoon vanuit onszelf.”

 

_MG_8309

Pictures Dominique: Shannon Sherryl

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *