LeerKracht Inge van Aarsen

Alweer een hele poos geleden was ik met Shannon bij Inge. Het was nog voor de kerst en toen we na schooltijd arriveerden, was het al donker. Ondanks de drukte in deze periode, nam Inge ruimschoots de tijd om te vertellen over lesgeven in haar groep 4 op OBS De Boog in Schiemond. Het was heerlijk om te luisteren naar de verhalen van Inge, haar ambities met betrekking tot het lesgeven aan de kinderen en de stijlvolle manier waarop ze dit doet!

 

Inge 2

 

Ambitie

Waarom werk jij in het onderwijs?

Inge: “Mijn moeder werkte in het onderwijs en mijn vader was onderwijssocioloog, dus onderwijs was bij ons thuis echt heel belangrijk. Het was er altijd, het was een onderdeel van ons leven. Ik keek met mijn moeder na, hielp haar met de rapporten en op vrije dagen ging ik naar haar toe. Lekker meehelpen in de klas. Dat vond ik toen zo heerlijk. Later op de middelbare school mocht ik een beroepskeuzetest doen. Hier kwam voor honderd procent uit dat lesgeven iets voor mij was. Maar ja, ik was lekker aan het puberen en lesgeven deed mijn moeder al, dus dat ging ik natuurlijk vooral niet doen. Ik ben toen eerst facilitair management gaan studeren in Rotterdam. Na een half jaar ben ik daarmee gestopt, want dat werkte niet. Ik heb toen een tijdje gewerkt bij het Algemeen Dagblad. Dat was heel leuk. Maar ja, ik was nog erg jong. Ik heb toen opnieuw een beroepskeuzetest gedaan en daar kwam weer uit dat lesgeven was wat ik moest doen. En toen ben ik het gaan doen en vanaf dag één vond ik het stage lopen en lesgeven echt geweldig. Ik had een klik met de kinderen en met ouders. Ik haal het meest plezier uit het verschil maken bij kinderen. Ik vind het heel belangrijk dat kinderen genieten van leren. Dat je leert dat je mag leren. Het is een recht dat je hebt en ook mag gebruiken. Je mag plezier hebben tijdens leren en je mag fouten maken, heel veel fouten maken en de volgende keer probeer je het weer en dan gaat het beter. Ik vind het ontzettend leuk om te zien hoe kinderen groeien. Ik wil gewoon dat ze het fijn hebben. Het gevoel van dat ze weten dat er iemand is die ze ziet en voor ze wil vechten, dat vind ik belangrijk om kinderen mee te geven en ze moeten natuurlijk ook vooral veel leren. Als ik lesgeef voel ik me ontzettend mezelf. Eigenlijk nog meer dan wanneer ik thuis op de bank hang.”

 

Inge 4

 

Jullie werken op school met verlengde leertijd. Waarom is hiervoor gekozen?

Inge: “Dat is alweer heel lang geleden en nog bedacht door onze oude directeur. Heel veel kinderen in de wijk hadden niet zo veel mogelijkheden voor extra activiteiten. Wij waren al een Brede School en boden al activiteiten aan na schooltijd, maar daar deed niet iedereen aan mee. Toen kwam de mogelijkheid om de activiteiten te integreren in het onderwijs. Nou ik was meteen helemaal overtuigd. Maar niet alle collega’s, want het betekent ook dat de lestijd wordt uitgebreid en daarmee is het een verzwaring voor de leerkrachten. Je bent dus meer aan het lesgeven en op sommige dagen ook langer op school omdat de leerlingen dan pas om 16.00 uur naar huis gaan. Het idee erachter is dat kinderen in aanraking komen met dingen waarmee ze normaal gesproken niet zo snel in aanraking komen, zoals bijvoorbeeld dansles of lessen van de Taaldrukwerkplaats. Het is gericht op nieuwe ervaringen die hun wereld groter maken. En dat is belangrijk voor de kinderen in deze wijk. Kinderen kwamen in het eerste jaar opeens met woorden als ‘inktdrukroller’. De woordenschat werd uitgebreid, maar ze leerden ook met anders soort mensen omgaan. De mensen die de lessen of activiteiten gaven kwamen niet per se uit het onderwijs, maar waren bijvoorbeeld kunstenaar. Het zijn in ieder geval mensen die weer anders denken dan je eigen juf of meester en dat vind ik ook heel goed. Op een gegeven moment is er vanuit het Rotterdams Onderwijsbeleid ‘Beter Presteren’ de nadruk meer komen te liggen op rekenen en taal. De activiteiten moeten dus meer op rekenen en taal gericht zijn. Dat vind ik jammer want rekenen en taal kunnen ze ook heel goed van mij leren. Maar ik kan echt geen streetdance of drama geven. Maar aan de andere kant hebben we nog steeds veel leuke activiteiten zoals ‘Media’ en ‘Techniek’. Bij ons is de dag opgedeeld in blokken. Mijn kinderen hebben op dinsdag van tien tot elf uur activiteiten. In dat uur ben ik op school en doe ik andere taken die ik normaal gesproken na schooltijd zou doen. De leerkrachten hebben ook pauze in blokken. Hierdoor zie je je collega’s veel minder vaak. Dat was het moeilijkst in het begin en dat is ook wat ik nog steeds het meeste mis.”

 

Merk jij in de school veranderingen na de komst van Passend Onderwijs?

Ing: “Ja! Vroeger zeiden we op school: ‘Dit is al een beetje speciaal onderwijs.’ Maar dingen veranderen. Vroeger als een kind het niet redde hier, dan gingen we kijken of een andere school een beter optie was voor het kind en die optie is nu gewoon veel kleiner geworden. Alleen al om het gesprek die kant op te krijgen via Primair Passend Onderwijs Rotterdam (PPO) en ambulante begeleiding is zo ontzettend moeilijk. We hebben een fantastisch ambulant begeleider. Ze geeft mij tips en ze geeft ook aan dat ik veel dingen al doe om tegemoet te komen aan speciale onderwijsbehoeften van kinderen. Het is jammer dat het daar dan ophoud. Daar kan de ambulant begeleidster niets aan doen. Wat we willen is dat er mensen komen om af en toe apart te werken met kinderen, zodat het kind, de klas en de leerkracht even lucht krijgen. In de klas hiernaast hebben we twee leerlingen met een beneden gemiddeld IQ. Vroeger zouden deze leerlingen naar het SBO gaan, maar daar zijn gewoon geen mogelijkheden voor. Misschien kan het uiteindelijk wel maar je moet eerst hééééél vaak laten zien dat je het geprobeerd hebt. Terwijl het voor sommige kinderen na drie keer proberen echt wel duidelijk is. Dat is zo jammer. Ik wil het als leerkracht wel honderd keer proberen, maar voor het kind is het zo sneu. En voor de andere kinderen in de klas ook. Maar goed, deze kinderen moet je er wel bij houden. Wij zijn nu aan het rekenen tot en met honderd en zij zijn aan het rekenen tot en met tien en dat vinden ze al heel erg moeilijk.

 

Inge 3

 

Het idee van Passend Onderwijs, dat kinderen zoveel mogelijk in hun eigen omgeving onderwijs moeten krijgen, vind ik hartstikke goed. Maar het moet toch altijd in het belang van het kind zijn? En nu lijkt het vooral om geld te gaan. Op die manier doe je kinderen, ouders en leerkrachten tekort. Als je wilt dat Passend Onderwijs gaat lukken, dan moet je het opleidingsniveau van leerkrachten omhoog gooien. Dan moet je dus je Pabo beter gaan maken en ervoor zorgen dat iedereen die in het onderwijs werkt op een hoger niveau gaat werken. Verplicht bijvoorbeeld iedereen maar om een master te doen. Dat gaan we nu niet meer redden voor Passend Onderwijs, maar als je gaat verwachten van mensen dat ze op dit niveau moeten werken, dan moet je ook echt vanaf de basis investeren. En gooi dan ook gelijk het salaris omhoog!”

 

Stijl

 

Wat draag jij het liefst in de klas en waarom?

Inge: “Ik ben van het comfort, het moet wel lekker zitten. Ik draag privé eigenlijk dezelfde kleding als op school, dus het is niet heel anders. Ik hou wel van een beetje hip, maar ik volg de trends niet klakkeloos. Ik heb of een skinny jeans aan of een legging met een rokje zoals vandaag of gewoon een spijkerbroek. Over het algemeen is het een beetje sportief, chique ofzo. Het moet ook een beetje gek zijn. Wat ik heel leuk vind, is om aan ouders en kinderen te laten zien dat je met een grote maat hele gekke rare kleding kan dragen die ook modieus is. Ik vind het belangrijk om er leuk en verzorgd uit te zien. Bij de Monki hebben ze van die lekkere lange geruite wijde blouses. Totaal niet flatterend, maar als ik hem aan heb voel ik me zo relaxed. Dus ik heb er twee en die draag ik! Mode is voor mij: plezier, je lekker voelen, uitdragen hoe je je voelt. Nu draag ik veel zwart, maar dat betekent niet dat ik altijd depressief ben hoor. Helaas hebben ze grote maten ook niet altijd in alle kleuren. Ik probeer heel erg naar kinderen, ouders en collega’s uit te dragen dat het niet uit maakt welke maat je hebt, je kunt in ieder geval proberen er altijd zo leuk mogelijk uit te zien. Maar smaak is natuurlijk verschillend. Toch komen er regelmatig ouders aan me vragen waar ik bepaalde kleding heb gekocht. Leve het online shoppen!  Vooral als je een maatje meer hebt, kun je de kleding die je wilt niet altijd in de winkels vinden. H&M heeft wel leuke dingen, V&D heeft grote maten maar dat is het niet voor mij en bijvoorbeeld M&S mode heeft heel veel dingen die het voor mij niet zijn, maar met vijf procent van hun kleding kan ik wel wat. Ik ga ook naar de Zara. Zodra ik daar binnenkom zie ik dat de verkoopsters denken dat ik in de verkeerde winkel ben. Maar daar koop ik dan schoenen of een mooie sjaal. Ik koop ook vaak bij Junarose, het plus size merk van Bestseller. Ik laat me ook totaal niet remmen door een maat, ja mijn eigen maat, als het niet past dan past het niet. Maar als ergens bijvoorbeeld een ‘L’ op staat en de pasvorm zit niet zoals bedoeld, maar ik vind het leuk, dan draag ik het gewoon. Ik kijk naar wat ik leuk vind. Dat vind ik ook belangrijk om aan kinderen mee te geven. Je mag je uiten in je kleding en je hoeft niet, omdat iedereen Nikes draagt, ook per se Nikes te dragen. Als ik ze wel draag, is dat omdat ik ze leuk vind en niet omdat een ander ze heeft. Iedereen moet doen wat hij of zij wil, maar voor mij is kleding en mode niet afhankelijk van (dure) merken.”

 

Inge 6

 

Zijn jouw leerlingen bezig met wat ze dragen?

Inge: “Ik heb deze vraag aan ze gesteld. De jongens geven aan dat hun kleding lekker moet zitten en ze moeten ermee kunnen voetballen. De meiden die zeiden: ‘Mode is echt heel belangrijk!’ Twee meiden willen later modeontwerpster worden, maar ook turnster en kunstenaar. Dus ik zei dat wanneer je modeontwerpster bent en speciale kleding maakt, dat je dan ook kunstenaar bent! Ze zijn echt wel bezig met kleding. Er was één meisje die al haar jurken heeft gegeven aan arme kinderen, want ze houdt echt niet van jurken, ze heeft een hekel aan jurken. Ze wil het liefst een broek aan en het liefst nog een joggingbroek, want dat zit gewoon lekkerder. Haar vriendin die loopt juist altijd in jurkjes en wil het liefst al make-up op. De meiden vragen ook aan mij of ik mascara op heb. Dat vinden ze helemaal interessant, dus ik ga me ook een keer in de klas opmaken. Toch geven ook de meiden aan dat het wel lekker moet zitten, maar het moet ook mooi zijn. Kinderen zijn ook wel echt bezig met wat ze dragen. Veel kinderen zijn ook bezig met wat ik draag. Het valt ze op als ik nieuwe schoenen heb, maar het valt ze ook op dat ik twee gaatjes in mijn ene oor heb en een gaatje in mijn andere oor. Toen ik nieuwe Adidas gympen aan had, hoorde ik ze tegen elkaar zeggen dat de juf echt cool was. Nou vind ik mezelf echt alles behalve ‘cool’, maar inderdaad als ik die schoenen aan heb, voel ik mezelf echt een totale badass! Zo voelt het dan. Dat is zo grappig. Zo leer ik ze ook dat wanneer je iets aan hebt, dat je dit kan gebruiken om je anders te voelen. Bijvoorbeeld als je een pestdag hebt.”

 

Voor welk fashion item ren jij als eerst naar de winkel als je de loterij wint?

Inge: “Dit vond ik de moeilijkste vraag. Ik moet zeggen dat ik afgelopen vrijdag even langs de Bijenkorf ben gelopen. Het was Sinterklaas en we waren vroeg klaar, dus ik ging even de stad in. En ja, dan loop ik even langs de Bijenkorf om de Bayswater vast te houden. Dat is een tas van Mulberry. Dat vind ik een hele mooie tas, simpel model. Ik ga hem nooit kopen, want hij is geloof ik vijftienhonderd euro. Ook niet als ik de loterij win. Ik denk dat ik een paar Nikes ga kopen. Ik bereken ook altijd met mijn goede vriendin Renée de kosten per draagbeurt. Dan bedenken we hoe lang we doen met een item en delen we daar de prijs door. Als dat een beetje te doen is, mogen we het item kopen. Maar als ik iets win, dan koop ik sneakers.”

 

Inge 5

Credits pictures: Shannon Cherry

No Comments Yet.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *